Van eind augustus tot 12 oktober heb ik zeven weken mogen wonen en werken bij Stichting de Herberg Breda. Een bijzondere plek die onderdak biedt aan jongeren tussen de 17 en 27 jaar die, om wat voor reden dan ook, dak- of thuisloos zijn geworden. Daarnaast organiseert De Herberg vier keer per week een open inloop, waar mensen terecht kunnen voor een warme maaltijd, een douche, een schone was, een moment om rust te pakken en vooral: om in een veilige omgeving even gewoon samen te zijn en weer een gezicht te krijgen.
Van tevoren wist ik dat ik in de eerste weken vooral wilde meedraaien en contact wilde maken, zonder me meteen op te dringen als kunstenaar. Langzaam, na veel intense, mooie en heftige gesprekken, groeide de behoefte om iets met deze verhalen te doen. Verhalen die mij in vertrouwen zijn verteld en die ik dus niet zomaar kon delen.
Toen dacht ik terug aan mijn residentie afgelopen zomer in Griekenland, en hoe ik daar weer het tekenen had opgepakt. Tekenen, dat voor mij altijd verstopt zat in mijn schetsboeken, als voorbereiding op sculpturen. Ik begon de momenten vast te leggen in schetsmatige, geordende tekeningen. Dat vond ik spannend, vooral vanwege de reacties van de mensen die ik portretteerde.
De portretten die ik eerder had gemaakt, verwerkte ik tot vlaggen die tijdens de parade werden gebruikt en meegedragen door de acteurs en het publiek.